[gesponsorde mededeling]

oncologische ulcera


Algemeen

Het doel van de therapie bij patiŽnten met oncologische ulcera is om door tumorgerichte behandeling (indien mogelijk) en het gebruik van optimale verbandmaterialen en locale en/of systemische medicatie te komen tot bevordering van de genezing van het ulcus of voorkomen van de uit
breiding ervan een maximaal comfort voor de patiŽnt door het verminderen of voorkomen van gevolgen van oncologische ulcera, zoals geurproblemen, vochtafscheiding, bloedingsneiging, pijn en oedeem.
Daarnaast is de behandeling en begeleiding gericht op het bereiken van een acceptabele cosmetiek. Ook richt men zich op ondersteuning van patiŽnt en naasten bij de psychosociale gevolgen van het oncologische ulcus.
De therapie van patiŽnten met oncologische ulcera bestaat uit:

1. Behandeling van de onderliggende maligniteit (indien mogelijk).
2. Reiniging van de wond.
3. Verzorging van het oncologisch ulcus met behulp van wondbedekkers en lokaal of systemisch toegediende medicatie. Deze behandeling is gericht op een optimale verzorging van de wond en het voorkomen of verminderen van gevolgen ervan, zoals geurproblemen en infecties, vochtafscheiding, bloedingsneiging pijn en oedeem.
4. Behandeling van de factoren die een negatieve invloed hebben op het oncologische ulcus:
  • slechte voedingstoestand en/of dehydratie: het optimaliseren van de voedings- en hydratietoestand.
  • drukplekken: het voorkomen van druk op aangetaste en bedreigde huidgedeeltes door optimale verpleegkundige zorg.
  • oedeemvorming: oedeemtherapie door gespecialiseerde huid- en oedeemtherapeuten of gespecialiseerde fysiotherapeuten

5. Psychosociale begeleiding.
Een multidisciplinaire benadering is bij de behandeling van oncologische ulcera is van groot belang. Er moet daarbij zorg gedragen worden voor goede afstemming van (gespecialiseerde) verpleegkundige en medische zorg, maar ook met andere disciplines zoals maatschappelijk werk en geestelijke verzorging. (Richtlijn Oncologische Ulcera/Versie 3/3-3-2010).

Specifieke wondgerelateerde problemen

1 Geurproblemen
Geurproblemen worden vooral veroorzaakt door infectie. De behandeling vereist bijzondere aandacht omdat de patiŽnt zich hierdoor nog meer geÔsoleerd voelt.
  • Reinig de wond regelmatig door te laten douchen (kraan eerst 30 sec laten stromen) of te spoelen met NaCl 0.9% om zoveel mogelijk debris te verwijderen.
  • Bestrijdt de oorzaak van de infectie:

  • Door te spoelen met een antibacteriŽle vloeistof (bv metrodinazoloplossing) bij anaŽrobe infectie (herkenbaar aan de specifieke necrotische geur).
  • Door aanbrengen van een 2% azijnzuuroplossing in een alginaat bij een pseudomonasinfectie gedurende 1 week 1 keer per dag verbandwissel (herkenbaar aan de zoete weeÔge geur en gifgroen wondvocht).
  • En/of door het lokaal of systemisch gebruik van antibiotica.


  • Beperk het gebruik van ontsmettingsmiddelen. Controleer secundaire infecties. Chloramines hebben een ontgeurende werking. Spoel na gebruik van ontsmettingsmiddelen steeds na met fysiologisch zout om het microbiologische evenwicht te herstellen. Gebruik bij voorkeur verbanden die gemakkelijk en pijnloos te verwisselen zijn.
  • Koolstofhoudende producten zijn geurneutraliserend.
  • Verbanden waar zilver in verwerkt zijn werken antibacterieel en bestrijden dus de kolonisatie en/of infectie en daarmee de geur.
  • In sommige vloeibare oplossingen kan een ontgeurend poeder of eenvoudigweg een geplette aspirine of wat krijt een oplossing bieden.
  • Vermijdt het gebruik van sterk ruikende producten die de patiŽnt misselijk kunnen maken.
  • Parfumeer de kamer met aangename geuren (etherische oliŽn, geurapparaten, luchtverfrissers).
  • De interventie om gemalen koffie in de kamer te plaatsen is niet wenselijk. De kans is namelijk groot dat nabestaanden koffie gaan associŽren met de geur van de wond.


2 Jeuk
Jeuk veroorzaakt krabwondjes en algemeen ongemak. Jeuk kan ontstaan door veranderingen in de wondtemperatuur, door warmte, verhoogde lichaamstemperatuur, dehydratie, aantasting van het perifere zenuwstelsel, lokale maligniteit, trofische en vasculaire stoornissen.
Het kan gaan om:
  • Hematologische, hepatische problemen.
  • Secundaire infectie door schimmels of zwammen
  • Allergie.
  • HypercalciŽmie.
  • Eczeem door kleefresten of verbandmaterialen
  • Maceratie


De behandeling bestaat uit:
  • Het identificeren en behandelen van de oorzaak.
  • Het dragen van niet-schurende en/of niet knellende, katoenen kleding.
  • Het gebruik van neutrale, niet allergiserende verbanden.
  • Het reinigen van de wond met fysiologisch zout of kraanwater (kraan eerst 30 sec laten stromen).
  • Het eventueel oraal en/of systemisch toedienen van jeukstillende middelen (antihistaminica).
  • Het voorkomen van te hoge omgevingstemperaturen.


(Voor gedetailleerde uitwerking zie IKMN richtlijn jeuk)

3 Exsudatieve wonden
Weinig exsudaat:
Gebruik niet verklevende synthetische zalfgazen of verbanden op basis van rayonvezel of siliconen.
Veel exsudaat:
Bescherm de wondomgeving met een huidbeschermer. Voorkom lekken en gebruik zo nodig geurneutraliserende verbanden. Verbanden met een groot absorptievermogen zoals tampons, superabsorende- en schuimverbanden, stomaopvangzakjes met huidbeschermingsplaat en woundmanagers kunnen geschikt zijn bij overmatige vochtproductie.
Overleg eventueel met de radiotherapeut wat de mogelijkheden kunnen zijn voor een palliatieve radiotherapie. De mogelijkheden zullen per individuele situatie bekeken moeten worden.

4 Pijn
Pijn moet correct geŽvalueerd worden en indien mogelijk oorzakelijk bestreden. Draineer de wonden. Dien indien nodig systemisch pijnstillende middelen toe net voor de wondzorg of continu. Het lokaal toevoegen van gel met toevoeging van lidocaÔne, morfine of andere opiaten aan de basisverzorging van de wondzorg verschaft vaak verlichting gedurende meerdere uren. Test het product voorzichtig uit met betrekking tot de tolerantie. Evalueer de wond regelmatig. Bij aanhoudende pijn moet een specialist ingeschakeld worden. Gebruik niet-verklevende, niet traumatiserende verbanden die licht gefixeerd kunnen worden.

(Voor gedetailleerde uitwerking zie IKMN richtlijn pijn).

5 Bloedingen
Bloedingen ontstaan door ingroei van tumorweefsel in een bloedvat of door compressie en intrekken van de weefsels. Hemostatische verbandmaterialen kunnen toegepast worden. Het is altijd raadzaam om dit product standaard in huis te hebben, want een tumor heeft vaak een verhoogde bloedingneiging wat moeizaam te stelpen is. Bij grotere bloedingen zijn in xylometazoline (verkrijgbaar bij de drogist, otrivin) gedrenkte alginaten te gebruiken of kan er lokaal adrenaline 1:1000 toegepast worden. Indien een grote bloeding is te verwachten is het raadzaam om tijdig de adreanlineoplossing bij de apotheek te bestellen. De oplossing wordt verdund met NaCl 0.9% en wordt met behulp van een injectiespuit zonder naald op de plek van de bloeding gespoten. In de thuissituatie moet de mantelzorger hierover geÔnstrueerd worden.
Indien de patiŽnt antistolling gebruikt, dient deze gestaakt te worden. In sommige gevallen kan behandeling met tranexeminezuur 3 dd 1000 mg per os of gazen gedrenkt in tranexaminezuuroplossing worden overwogen.
Overleg eventueel met de radiotherapeut wat de mogelijkheden kunnen zijn voor een palliatieve radiotherapie. De mogelijkheden zullen per individuele situatie bekeken moeten worden.
Het kan raadzaam zijn om een donkergekleurde handdoek ( dit verbloemd de rode kleur van het bloed, en kan hiermee minder traumatisch werken voor de naasten) binnen handbereik te houden als er een grote bloeding optreedt. Men kan dan deze handdoek op de plek van de bloeding leggen en een lichte druk hiermee geven.

6 Fistels
Het gebruik van stomazakjes is bij deze wondvorm een goede mogelijkheid.
Spoel en reinig de wond met NaCl 0,9% en/of douche de fistel uit. Een slecht ruikende fistel (zoals een rectovaginale fistel), kan tweemaal per dag gespoeld/uitgedouched worden (evt kan er gespoeld worden met een metrodinazoloplossing). Metrodinazol kan ook oraal, intraveneus of als crŤme toegediend worden. Alginaatstrengen zijn geschikt om de fistel op te vullen.
Maligne ulcera met enterocutane fistels scheiden fecaal verontreinigd exsudaat af. Medicatie (octreotide 3 dd 100-200 microgram subcutaan of 300-600 microgram/24 uur intraveneus), kan toegepast worden om de secretie van darmvocht te verminderen.

7 Stasis
Stasis is een stuwing van lichaamsvochten. Het wordt veroorzaakt door een (belemmering in de stofwisseling, een slechte bloeddoorstroming) onvoldoende drainage. Het veroorzaakt pijn, een gebrekkig functioneren, verminderde bewegingsvrijheid en krachtverlies.
Behandel de wond in functie van de oorzaak volgens de aanwijzingen van de behandelend arts. Het systemisch toedienen van antibiotica kan noodzakelijk zijn. Behandel oedeem en pijn. Denk aan preventie van trombose en sepsis. Vermijd rechtop staan indien stasis zich in de onderste ledematen voordoet. Rust is strikt noodzakelijk. Geef bij voorkeur nooit een injectie in een ledemaat dat oedemateus is of kan worden.


 
© 2011 wondenwijzer.nl | Disclaimer